Lesmateriaal · 🔤 Woordenlijst
Aardrijkskundige woordenlijst
Hieronder vind je ruim twintig begrippen die je tegenkomt bij het vak aardrijkskunde. Elke term heeft een korte, heldere uitleg — geschikt voor groep 6 t/m de brugklas. Waar een begrip op een eigen pagina staat, vind je een link voor meer verdieping.
Gebruik deze woordenlijst als naslagwerk naast de werkbladen of als voorbereiding op een toets. De meeste begrippen komen ook terug in de teksten over de zeven continenten. Nieuwe termen kun je markeren en een eigen voorbeeldzin erbij schrijven — dat helpt bij het onthouden.
Begrippen A – E
- Continent
- Een continent is een groot, aaneengesloten stuk land op aarde. De aarde heeft zeven continenten: Azië, Afrika, Europa, Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Oceanië en Antarctica. Soms worden Noord- en Zuid-Amerika samen als één continent geteld, of worden Europa en Azië samengenomen als Eurazië — het hangt af van welke definitie je gebruikt.
- Werelddeel
- Werelddeel is het Nederlandse woord voor continent. In Nederland zeggen we ook wel "de zeven werelddelen". Het woord geeft aan dat de aarde als het ware is opgedeeld in grote stukken land. Elk werelddeel heeft zijn eigen geografie, klimaat, planten, dieren en mensen.
- Oceaan
- Een oceaan is een enorm groot, aaneengesloten stuk zout water dat de continenten omringt. Officieel zijn er vijf oceanen: de Stille Oceaan (de grootste, met 168,7 miljoen km²), de Atlantische Oceaan (85,1 miljoen km²), de Indische Oceaan (70,6 miljoen km²), de Zuidelijke Oceaan en de Noordelijke IJszee. Bron: NOAA / IHO.
- Evenaar
- De evenaar is een denkbeeldige lijn die de aarde in twee gelijke helften verdeelt: het noordelijk en het zuidelijk halfrond. De evenaar ligt op breedtegraad 0° en loopt door landen als Kenia, Indonesië, Ecuador en Brazilië. Op de evenaar zijn de dag en de nacht het hele jaar bijna even lang (elk ongeveer twaalf uur).
- Eiland
- Een eiland is een stuk land dat aan alle kanten omgeven is door water. Eilanden kunnen klein zijn — een rotspuntje in zee — of enorm groot. Groenland is het grootste eiland ter wereld (2,2 miljoen km²). Australië wordt normaal niet als eiland gezien maar als continent, hoewel het volledig door water omgeven is. Het continent Oceanië bestaat uit duizenden eilanden.
Begrippen H – K
- Halfrond
- De aarde is verdeeld in twee helften, de halfronden. Het noordelijk halfrond omvat alles boven de evenaar (o.a. Europa, Noord-Amerika, het grootste deel van Azië). Het zuidelijk halfrond omvat alles onder de evenaar (o.a. Antarctica, Australië, het zuidelijk deel van Afrika en Zuid-Amerika). De halfronden hebben tegengestelde seizoenen: als het zomer is in Nederland, is het winter in Australië.
- Keerkring
- De keerkringen zijn twee denkbeeldige cirkels rond de aarde, op 23,5° breedte ten noorden (Kreeftskeerkring) en ten zuiden (Steenbokskeerkring) van de evenaar. Tussen de twee keerkringen ligt de tropen: een band rondom de aarde waar het het hele jaar warm is. De zon staat hier op bepaalde momenten loodrecht boven je hoofd — dat is uniek voor deze zone.
- Poolcirkel
- De poolcirkel is een denkbeeldige lijn op 66,5° noorderbreedte (Noordpoolcirkel) of zuiderbreedte (Zuidpoolcirkel). Boven de Noordpoolcirkel en onder de Zuidpoolcirkel heb je middernachtszon in de zomer: de zon gaat niet onder. In de winter is het er omgekeerd pikdonker, de hele dag. In Noord-Noorwegen, Finland en IJsland ligt een deel van het land boven de Noordpoolcirkel.
- Breedtegraad
- Breedtegraden zijn denkbeeldige horizontale lijnen die om de aarde lopen, parallel aan de evenaar. Ze geven aan hoe ver je ten noorden of zuiden van de evenaar bent, gemeten in graden (0° t/m 90°). De evenaar is 0°; de Noordpool is 90° NB (noorderbreedte). Nederland ligt op ongeveer 52° NB.
- Klimaat
- Het klimaat is het gemiddelde weer op een plek over een lange periode, meestal dertig jaar. Klimaat verschilt van weer: weer is wat je vandaag ervaart, klimaat is het patroon. De aarde heeft meerdere klimaatzones: tropisch, subtropisch, gematigd, poolklimaat en woestijnklimaat. Het klimaat hangt af van de breedtegraad, de hoogte boven zeeniveau, de nabijheid van de oceaan en de wind. Meer over klimaatindeling bij de term Köppen.
- Köppen
- De Köppen-Geiger klimaatclassificatie is een veelgebruikt systeem om klimaten in te delen. Het is bedacht door de Duits-Russische klimatoloog Wladimir Köppen (1846–1940) en later aangepast door Rudolf Geiger. Het systeem gebruikt letters: A = tropisch, B = droog, C = gematigd, D = koud/continentaal, E = poolklimaat. Zo heeft Nederland een Cfb-klimaat (gematigd, geen droog seizoen, warme zomer). Bron: Köppen-Geiger classificatie.
Begrippen L – M
- Lengtegraad
- Lengtegraden zijn denkbeeldige verticale lijnen op de aardbol, die van de Noordpool naar de Zuidpool lopen. Ze geven aan hoe ver je ten oosten of westen van de nulmeridiaan bent. De nulmeridiaan (0°) loopt door Greenwich (Londen). Lengtegraden lopen van 0° t/m 180° oost en 180° west. Samen met breedtegraden vormen lengtegraden een coördinatenstelsel waarmee elke plek op aarde precies aan te geven is.
- Meridiaan
- Een meridiaan is een andere naam voor een lengtegraad. De Eerste Meridiaan, ook Nulmeridiaan of Meridiaan van Greenwich genoemd, is het internationale nulpunt voor lengtemeting en ook de basis voor de tijdzonegrenzen. De datumgrens loopt ruwweg langs de 180°-meridiaan, aan de andere kant van de aarde.
Begrippen R – T
- Regenwoud
- Een regenwoud is een dicht, tropisch of subtropisch bos met heel veel neerslag — minstens 2.000 mm per jaar. Regenwouden liggen voornamelijk rondom de evenaar: het Amazoneregenwoud in Zuid-Amerika is het grootste ter wereld. Regenwouden herbergen meer dan de helft van alle bekende dier- en plantensoorten op aarde. Door ontbossing verdwijnen ze snel: een groot probleem voor klimaat en biodiversiteit.
- Savanne
- Een savanne is een open landschap met grassen, struiken en verspreide bomen in de tropen of subtropen. De savanne kent een droog en een nat seizoen. In Afrika liggen enorme savannegordels, het leefgebied van olifanten, leeuwen, zebra's en giraffen. Savanneklimaten vallen in de Köppen-indeling onder de A- en B-klassen.
- Taiga
- De taiga (ook: boreaal woud of naaldwoud) is het grootste bostype op aarde. Het strekt zich uit over het noorden van Canada, Scandinavië en Rusland. De taiga bestaat voornamelijk uit sparren, dennen en larixen die bestand zijn tegen lange, strenge winters. In Siberië is de taiga zo groot dat hij een eigen klimaat- en waterhuishouding heeft.
- Tijdzone
- Een tijdzone is een gebied op aarde waar dezelfde officiële tijd wordt gebruikt. De aarde is verdeeld in 24 hoofdtijdzones, elk van 15° lengtegraad (de aarde draait in 24 uur een rondje van 360°, dus 360°÷24=15° per uur). In de praktijk wijken grenzen af vanwege landsgrenzen en politieke keuzes: China gebruikt één tijdzone voor het hele land, terwijl dat geografisch vijf zones zou zijn. Meer details op de tijdzonenpagina.
- Toendra
- De toendra is een kaalgebied in de poolstreken waar de zomers kort en koud zijn en bomen niet groeien. De bodem ontdooit in de zomer slechts een paar centimeter: dieper blijft hij bevroren (permafrost). Korstmossen, gras en dwergstruiken zijn de typische plantengroei. Rendieren, lemmingens, poolwolven en trekvogels (in de zomer) leven in de toendra. Zowel in de Arctica als in Antarctica (de kuststukken) vind je toendralandschappen.
Begrippen U – W
- UTC
- UTC staat voor Coordinated Universal Time (Gecoördineerde Universele Tijd). Het is de wereldwijde tijdstandaard waaraan alle tijdzones worden afgemeten. UTC+0 is de tijd in Greenwich (Londen) in de winter. Nederland gebruikt UTC+1 in de winter en UTC+2 in de zomer. Vóór 1972 heette deze standaard GMT (Greenwich Mean Time); in de praktijk worden UTC en GMT nog vaak als synoniemen gebruikt. Bron: IANA tijdzonedatabase.
- Woestijn
- Een woestijn is een gebied met minder dan 250 mm neerslag per jaar. Woestijnen zijn niet altijd heet: de Sahara is een hete woestijn, maar Antarctica is de grootste koude woestijn ter wereld. De Sahara in Afrika is de grootste hete woestijn (circa 9 miljoen km²). In droge woestijngebieden leven gespecialiseerde planten en dieren die weinig water nodig hebben, zoals kamelen, cactussen en reptielen.
- Bevolkingsdichtheid
- De bevolkingsdichtheid is het gemiddeld aantal inwoners per vierkante kilometer. Je berekent hem door de bevolkingsomvang te delen door de oppervlakte: bevolking ÷ oppervlakte (km²) = dichtheid (inw./km²). Bangladesh heeft een extreem hoge dichtheid van ongeveer 1.100 inw./km²; Mongolië heeft een van de laagste ter wereld met slechts 2 inw./km². Vergelijk de continenten onderling op de vergelijkpagina. Bron: VN WPP 2024.
- Hoofdstad
- De hoofdstad is de stad waar de nationale regering van een land zetelt. Niet altijd is de hoofdstad ook de grootste stad: zo is de hoofdstad van Australië Canberra, maar Sydney is veel groter. In Azië is Tokio zowel hoofdstad als grootste stad van Japan. De officiële hoofdsteden per land staan in het CIA World Factbook.
Bronnen
- Verenigde Naties — World Population Prospects 2024 (bevolkingscijfers en dichtheid)
- CIA World Factbook — hoofdsteden en oppervlaktes
- NOAA / IHO — oceanen en afmetingen
- Köppen-Geiger — klimaatclassificatie
- IANA — tijdzonedatabase (UTC/tijdzones)
- Worldometer 2025 — actuele schattingen